Je tweet donc je suis
Maandag was de eerste wedstrijd van het Nederlands elftal op het WK voetbal 2010. Ik twitterde toen een foto van onze TV die uitstond. Een redelijk unieke foto in Nederland, zo becommentarieerde ik de foto.
SMS
Slechts enkele minuten later kreeg ik een SMS-je van mijn zus: “Nee hoor, hier staat hij ook uit. Zit lekker in de zon een boek te lezen.” Mijn zus zit niet op twitter dus hoe was de route dan? Wel dat liep zo: mijn zus heeft onlangs een iPod touch gekregen. Dochterlief (die wel op twitter zit) vond dat een handig apparaat om zo af en toe haar twitter-stroom te kunnen bekijken dus ze kaapte haar moeder’s iPod touch. Nu is de discussie dus:
Dochter: “Hé, je spiekt op mijn twitter!”
Moeder: “Ja, op mijn iPod!”
Goed, de privacy perikelen vechten ze daar zelf maar uit; ik leun richting mijn zus. A. omdat dat veiliger is en B. omdat haar verboden wordt om een twitter account te nemen door haar kinderen. De onderdrukten krijgen al snel mijn stem.
route
De route was dus: twitter-stroom van mijn nicht – gelezen op de iPod van mijn zus door mijn zus – die weer SMSte naar mijn telefoon.
dagelijks communicatieverkeer
Toen ik het hier net met @bwaw over had raakten we aan het nadenken over het feit dat twitter zich enorm in het dagelijks communicatieverkeer heeft ingewerkt. Zelfs mijn vader, zelf (nog) geen twitteraar, kijkt regelmatig even op mijn twitter-pagina om te kijken of ik nog iets interessants te melden heb. Twitter als teken van leven.
nut
En daarmee ben ik bij het nut van twitter. Een discussie die menig scepticus bekort met, “Wat een onzin, wie kan het nou wat schelen dat je staat af te wassen?” Behalve dat je je geroepen zou kunnen voelen om even een theedoek te pakken begin ik steeds meer het nut van twitter in een breder spectrum te zetten. Eerst behoorde ik tot die sceptici. Nu voel ik een lichte paniek wanneer twitter zijn walvis laat zien. Een paniek alleen te onderdrukken met een bijna onmenselijke hoeveelheid gezond verstand. Wat blijkt: Twitter voorziet in een behoefte. De behoefte aan je omgeving te laten weten dat je er bent. Deze behoefte is inherent aan een sociaal wezen, “Hier ben ik, communiceer met mij!”
goede oude tijd
Een paar jaar geleden was twitter er nog niet of nauwelijks maar dat is nog geen reden om aan het bestaansrecht van twitter te twijfelen. Goed, vroeger was natuurlijk alles veel beter, dat weet ik ook wel, maar sommige nieuwerwetse vindingen zijn best nuttig.
multifunctioneel
Zo kan ik via twitter iemand een hart onder de riem steken; een snel advies geven; een nieuw idee aandoen; mijn hart luchten; woede uiten; een discussie voeren. En dat met mensen aan de andere kant van de wereld maar ook heel dichtbij. Twitter is multifunctioneel.
oppervlakkig
Maar dat is allemaal oppervlakkig bestaansrecht. Daar heb je een scepticus niet mee. Maar ook een scepticus zal moeten erkennen dat communicatie in de wereld vrijwel uitsluitend nog digitaal plaats vindt. Het edele pen-en-papier werk is vrijwel uitgestorven. Wil je iemand iets meedelen dan is de kans dat je dat via een digitaal kanaal doet vrijwel 100%. De digitale wereld dus. Om nu die scepticus ervan te overtuigen dat in deze nieuwe wereld twitter een belangrijke plaats inneemt, het volgende argument.
Descartes
Toen Descartes in 1637 de woorden “Je pense donc je suis” noteerde waren de gevederde pen, het geschepte papier en de drukpers de modernste methoden om zijn gedachten te registreren en te verspreiden. In eerste instantie in het Frans omdat hij daar lokaal de meeste impact mee maakte maar later (1644) in het Latijn (Cogito ergo sum) omdat dat de gemeenschappelijke taal van zijn vakbroeders was. Pamfletten en essays waren de manier om snel een idee te verspreiden. Je voelt het natuurlijk al aankomen maar een scepticus moet langzaam verleid worden dus ik voeg er nog een paar zinnen aan toe, alvorens de daverende slotzin de scepticus overdonderd en geslecht ter knie doet zijgen.
catalogus
Het feit dat Descartes zijn stelling in het Latijn vertaalde geeft al aan dat zijn bereik groter was dan we nu wel eens denken. Niet Franstalige wetenschappers moesten zijn stelling ook horen. En dat gebeurde ook. Ook toen was er al een levendige uitwisseling van ideeën die grensoverschrijdend was. De post rinkelde drie of vier keer per dag aan de brievenbus en de kans dat de ‘laatste van Descartes’ daarbij zat was best groot. Mits je tot de waarderende intelligentsia behoorde natuurlijk. Anders was het gewoon de catalogus van de 17de eeuwse IKEA (enige artistieke vrijheid: de eerste postordercatalogus liet nog tot 1744 op zich wachten).
slotzin
Goed die daverende slotzin dan: twitter heeft een revolutie in ons cognitief communiceren teweeg gebracht waardoor we nu onze ideeën kunnen vastleggen, delen en tevens kunnen verfijnen dankzij directe kritiek dan wel aanvulling van derden.
afwas
Zo als dat geen daverende slotzin is waarmee iedere scepticus de mond is gesnoerd, dan weet ik het ook niet meer. Toch klinkt “Je pense donc je suis” aanzienlijk pakkender. Maar – hoewel geen Descartes waardig – mijn pamflet is geschreven, een stelling is geponeerd; aan derden om daar aan te tornen. Ik ga weer aan de afwas.
Tags: twitter
Ook interessant om te lezen...
advertentie 















Pingback: Stay on topic or get your own soapbox – the delicate art of noise pollution
Pingback: Index of a writing week #25 – the delicate art of noise pollution
Pingback: Inspirerende sites en handige producten – week 26 | O+ is hét on-line platform voor vrouwelijke ondernemers